Pijn, oorverdovende pijn
Pijn. Oorverdovende pijn. Zoveel pijn als een mens hebben kan. En wat kan zij hebben? Veel of weinig? Of iets er tussenin? De pijn kruipt langzaam door de huid op weg naar het bewustzijn om daar de meest walgelijke schade aan te richten die maar mogelijk is. Slagvaardig en strijdbaar gaat zij de pijn te lijf. Tegenhouden. Het is sterker dan de sterkste emotie die er maar bestaat. Het heeft onnoemelijke grote krachten. Een wurggreep van een slang is nog niet sterk genoeg om de pijn te vergelijken. Uitbreken uit deze pijn is alleen maar mogelijk als je al je hersencellen bij elkaar veegt om de oorlog aan te gaan. Vechten moet je! Vechten zul je! Al je moed moet je verzamelen om de pijn te verdrijven…
Het siddert in haar lijf. Geeft kippenvel op meerdere plaatsen en zorgt ervoor dat zij aan niets anders meer kunt denken. Zij wil vluchten. Al is het maar naar de andere kant van het land. Ver weg van de macht van de pijn. Gaten heeft het geslagen op elke plek van de ziel. Hoe ga je die weer repareren? Met welk “vulsel” kan je die gaten volgooien? Bestaat er wel een “iets” voor deze gapende gaten? Zij moet het ontdekken, anders zal ze nooit helen. Nooit kan zij dan opnieuw beginnen. Nooit zal er dan een ooit zijn….
De pijn grijpt om zich heen daar waar het kan. Het laat haar adem stokken… Het beneemt haar zelfs de adem, maar ze moet blijven ademhalen. Ze vaart op haar instinct, die ver verstopt was in haar binnenste. Wat haar anders nooit in de steek liet, was nu ver te zoeken. Het enige waar zij op kon vertrouwen. Die signalen in het hoofd. Lampjes liet branden en kwartjes liet vallen. Het is weg. Totaal verdwenen. Het moet terugkomen om te kunnen overleven. De drang om met het hoofd boven water te blijven is groter dan ze ooit had kunnen dromen.
De pijn moet gaan verdwijnen en plaatsmaken voor berusting. Voor acceptatie voor datgene wat het is. Voor het definitieve. Het alles of niets. Gewoon het. Het lijkt op vechten tegen een onzichtbaar monster. Een groot, blazend, verstikkend monster. Het moet gelijk gemaakt worden met de grond. Zodat het nooit meer schade kan aanrichten. Het is zoeken naar de vermeende krachten die nog in haar lijf zitten. Zoeken naar de energie om overeind te blijven staan. Er is geen hulp. Alles moet zij alleen doen. Er is niemand die haar influistert welke weg zij op moet gaan. Instinct is het enige redmiddel was zij tot haar beschikking heeft.
Pijn, oorverdovende pijn. Het kost haar moeite om alles goed te kunnen overzien. Er liggen vele bergen en hobbels voor haar. Instrumenten zijn er niet voor handen om deze weg te halen. Klimmen zal ze. Klimmen naar het hoogste punt. Daar. Daar is het licht. Als ze dat haalt komt er een frisse wind naar binnen waaien. Dan zal zij weer kunnen ademhalen. Dan zal de verse lucht het vieze vernieuwen. Dan zal haar bloed weer tot leven komen. Haar lijf weer kleur krijgen en haar hersenen weer gaan draaien op volle toeren. Voor nu is het nadenken hoe zij bij het licht gaat komen….
Ze zal er komen! Links- of rechtsom. Maar ze gaat het halen. Alle spieren in haar lijf zijn aangespannen voor deze klim. De ogen gefocust op het oneindige licht. Met voorzichtige armslag en tred bewandelt zij het nieuwe pad. Hopelijk is dit het verlichte pad. Het pad naar een nieuw ik-zijn. Ver weg van datgene wat ze nu aan het bevechten is….
Licht in de duisternis….
Tot een volgende keer….